Toen ik gisteren aan het eind van de middag nog even zat te lezen op een bankje in de tuin zag ik opeens hoe mooi de lage zon op de populieren scheen in het dal. Ze leken wel van goud, de bewegende blaadjes vingen het laatste zonlicht. Wat later liepen we naar boven in het dorp waar buurvrouw Jany woont. Zij had ons uitgenodigd voor het aperitief en bedankte ons nogmaals voor alles wat we afgelopen zomer voor haar gedaan hadden, wat helemaal niet veel is in onze ogen. Ik begrijp haar wel, als je alleen woont en je bent niet meer zo piepjong is het natuurlijk heel prettig als er twee mensen zijn in dat stille dorp die je met raad en daad bijstaan. Toch blijf ik haar zeggen dat het normaal is dat we in dit kleine hoekje van de wereld elkaar helpen en dat wij blij zijn dat wij in dit dorp mogen wonen met zulke fijne buren.
Blij zijn we Toos, met onze goede buren.
ReplyDeleteHet is simpel, Sjoerd, je hebt elkaar nodig.
ReplyDeleteJe hebt gelijk, Jeanette, helpen is ook mooi.
ReplyDeleteGelukkig staan de meeste mensen hier voor elkaar klaar, dus wij ook, Alet.
ReplyDeleteEn van dat mooie uitzicht hebben we afscheid genomen. We zitten nu weer in de platte polder.
ReplyDelete